Als veertien jarig meisje liep ik met mijn moeder op een koude herfstavond door het centrum van Amersfoort. Als we langs een handwerkzaak lopen kijk ik vol bewondering naar de etalage die vol staat met prachtige stoffen en kleurige wol. Vol bravoure besluit ik mijn eigen sjaal te gaan breien.

In de winkel staat de hoogbejaarde eigenaresse die ons helpt met de wol kiezen. Die avond ging ik niet alleen naar huis met wol maar ook met een bijbaantje. Mijn moeder hield haar hart vast voor kasverschillen, want in terugtellen was ik niet al te best.

Vier jaar lang ging ik ieder weekend naar de winkel. Ik leerde de fijne kneepjes van het vak en ontwikkelde van een jong meisje naar een creatieve breister. Wanneer ik besluit toelating te doen voor de kunstacademie maak ik een portret van de eigenaresse voor in mijn portfolio.

Dit portret was het einde van mijn bijbaantje maar tegelijk het begin van zo veel moois.