Met haar donkerbruine ogen kijkt ze me observerend aan, het bloed stijgt naar mijn wangen. Haar vinger glijd naar het knopje. Ik voel mijn klotsende oksels, waarom moest ik ook zo nodig deze licht blauwe blouse aan doen. Klik, Klik, Klik. Heeft ze het nu nog niet? Moet ik lachen of juist niet? Waar laat ik mijn armen? Er zal toch niets tussen mijn tanden zitten? Ohh man, hoé kom ik hier weg?!

Herkenbaar?

Met jou zijn er velen, die camera-angst hebben. Geen wonder, want hoe kwetsbaar ben je als een relatief vreemde jou ineens in het middelpunt zet. Jij op dat moment het gevoel hebt dat je nu echt op je best moet zijn, want tegen deze foto’s kijk je nog jaren aan. No presure.

Ik kan nu zeggen dat het allemaal wel mee valt, maar dat geloof je toch niet. Er is eigenlijk maar een oplossing hiervoor:

Oefen. Oefenen. Oefenen. Om ergens goed in te worden moet je iets vaak doen.

Neem de dag voor de fotoshoot de tijd om samen met iemand die je vertrouwd testfoto’s maken. Ga poseren en maak foto’s simpel met een mobiel. Probeer het minimaal een kwartier vol te houden.
Bekijk op een rustig moment de foto’s en analyseer wat je anders had willen doen.

De dag erna zit je oefening nog vers in het geheugen en poseer je met veel meer zelfvertrouwen.

De mensen op deze foto’s gingen jou voor, hun camera-angst de baas.