Vorig jaar liep ik een rondje door mijn eigen buurt. Een oude dame zit een sjekkie te roken voor haar huis. Haar voordeur staat open, als ik naar binnen kijk zie ik dat het huis van top tot teen gestript is. Gaat u verhuizen vraag ik? “Nee kind, kom kijken..” Met haar knokkelige handen pakt ze me bij de arm en schuifelt het huis in.

Nog voor we goed en wel binnen zijn dient ze de bouwlui bijdehand van repliek, als die een grapje met haar maken.

In plat Amsterdams vertelt ze dat er lekkage was en dat daarom haar huis gerenoveerd wordt. Ze neemt me mee naar haar bom volle bovenverdieping. Al haar spulletjes, meubels en zelfs het gasfornuis staan gepropt in een ruimte niet meer dan 16 m2. Trots laat ze zien dat ze haar kant-en-klaar-maaltijd au bain marie opwarmt in de wasbak van de badkamer. Ze kwebbelt aan een stuk door over haar hobby van zijdebloem schikken –die ze wonder boven wonder nog kan uitvoeren in deze volle kamer–.

Eenmaal beneden neemt ze een slok koffie uit een kartonnen wegwerp beker en neemt plaats in de enige stoel in de woonkamer. De lege kamer staat in schril contrast met de levendigheid die er in deze vrouw zit.

Het portret van Tinny is onderdeel van de fotoserie Tuindorpers.